![]() |
|
|
|
Het is spannend, als er iets uit je handen ontstaat. Zeker in het begin , als je de klei tussen je handen voelt bewegen en je moet proberen die klei in het midden te krijgen. Centreren wordt dat genoemd. In het begin zal de klei je de baas zijn, omdat je nog niet weet hoe de klei op druk reageert. Door de hand half om de klei te slaan en de duim er bovenop te drukken, kan de klei niet ontsnappen. Door nu hard te draaien en daarna de hand naar je toe te trekken, kun je de klei centreren. Dit gaat niet tegelijkertijd, omdat je bij het schoppen van de schijf de klei een beweging laat maken en aan de andere kant hem wilt centreren. Houdt de pols recht en trek de arm naar je toe, zo heb je meer kracht. Zo op papier lijkt het eenvoudig, maar dat valt nog wel tegen. Gebruik niet te veel klei in het begin, een stuk, als een dikke appel, is groot genoeg. Sla de klei eerst goed door, anders zit het vol met lucht en zul je de klei niet gecentreerd krijgen. Om dit procedé goed onder de knie te krijgen, kun je eigenlijk niet zonder een cursus. Het is te moeilijk om dit op papier te zetten en duidelijk te verwoorden. De een zal met 10 lessen zeggen, ik heb het aardig onder de knie, maar zal niet hoger komen, dan een potje van 10 cm hoog. Het is een proces met drempels, af en toe denk je, ik kom maar niet verder. Dan lukt het je een keer om iets groter of hoger te komen en het lukt je regelmatig. Als je het draaien eenmaal onder de knie hebt, verleer je het ook niet meer. Het zal in het begin weer onwennig zijn, maar je neemt al gauw de draad weer op. Zij het niet meteen groot en hoog.
|