![]() |
|
|
|
Na draaien, boetseren komt eigenlijk automatisch RAKU-stoken. Als je veel dingen gemaakt hebt en je glazuurt ze, dan kom je een keer tot de conclusie dat die glazuren toch maar standaard zijn. Je strijkt de glazuur op je voorwerp, in de oven en klaar is kees. Dat is bij het RAKU-stoken anders. Om mooie kleuren en effecten te krijgen moet je de oven opstoken tot 950 tot 1000 graden en dan het voorwerp uit de oven halen, zo heet als het is. Dat kan bij een electrische oven niet, dan zouden de spiralen binnen de kortste keren stuk gaan. Dus moet er op hout of op gas gestookt worden. Het mooiste is op hout stoken. Dit vergt veel tijd maar je krijgt er ook mooie dingen voor terug. Om een houtoven heet te krijgen, ben je zeker 5 tot 6 uur bezig. Ook moet het weer meezitten. Als de wind verkeerd staat of als er helemaal geen wind, dan wordt het moeilijk om de temperatuur te halen. Ook moet er altijd een stoker in de buurt zijn om het vuur aan te houden. Voor de zekerheid hebben we dan nog de gasoven. Dit is doorgaans een olie-drum, waar de bovenkant van af gesneden is en fungeert als deksel. Door de binnenkant te bekleden met een thermische deken, kun je de warmte aardig vasthouden. Om de temperatuur bij te houden heb je een pyrometer nodig, dat is een thermometer, die tot 1300 graden aangeeft. Als je met die hoge temperaturen werkt, heb je natuurlijk beschermende kleding nodig, zoals vuurvaste handschoenen en een groffe jas of spijkerjack. Ook heb je een lange tang nodig om de voorwerpen uit de oven te halen en door te zetten naar de zaagseltonnen. Vaak zijn dit soort zaken als complete set te kopen. Dan heb je alles in één keer. Als zaagselton gebruiken we veel de ouderwetse vuilnisbak of weckketels. Die zijn vaak op rommelmarkten nog wel te koop. Koop wel tonnen van verschillende grootten. Dat is van belang voor het krijgen van mooiere en fellere kleuren.
|